FC-Utrecht.org
Home » Rubrieken » Interviews » Jean Paul de Jong is een bevoorrecht mens

 

 

 

Jean-Paul de Jong:"Een bevoorrecht mens"

 

Op 12 oktober nam FC Utrecht afscheid van een zeer gewaardeerde kracht. Na 14 seizoenen kwam afgelopen zomer ook voor Jean-Paul de Jong het einde van zijn loopbaan in zicht. Forza toog naar Sportpark Klein All In Galgenwaard voor een gesprek met het clubicoon. Een terugblik, maar óók een blik op de toekomst.

 

jp-de-jong-jong.large.jpg


Jean-Paul de Jong is bekend in Utrecht. Een afscheidswedstrijd, een boek, een eigen stichting die zich inzet voor mensen voor wie sport vooriedereen, hart voor stad en regio, en dan ook nog 14 jaar lang voetballen bij de plaatselijke FC. Een speler die is uitgegroeid tot hét gezicht van FC Utrecht en een man die schitterde in een commercial voor Holland Casino. Maar boven dat alles: Een zeer betrokken en aangenaam mens.
Het is een zonnige, maar koude, maandagmiddag als ik een afspraak heb op Klein Galgenwaard. Tijd voor een terugblik met een jeugdheld.
 
Jean-Paul. Er is een boek over je carrière verschenen. Dat is toch vrij bijzonder.
“Op het moment dat je weet dat je stopt staat er een nieuw leven voor de deur. Voetbal is het leukste dat er is. Dat wil je zo lang mogelijk doen. Of je nu op je 28e stopt, of op je 36e of pas op je 40e; Stoppen is altijd moeilijk. Dat moet je een plek kunnen geven en dan is het uitkomen van het boek mede een mooi moment om het af te sluiten.”

Hoe is dat eigenlijk gegaan? Word je op een dag gebeld door iemand die een boek wil schrijven over je?
“Ik werd gebeld door Martin Donker. Hij vertelde me dat hij graag een Utrechtse voetbalbibliotheek wilde schrijven en de aftrap met mij wilde doen. Ik vond het mooi om te horen dat er een boek over mijn carrière geschreven zou worden.”
 
Heb je er over nagedacht?
“Hoe bedoel je dat?”
 
Nouja, in het boek komt zeker het beeld van een “normale Utregse jongen” naar voren. Je had kunnen denken: “Ik hoef niet zo nodig in die belangstelling te staan”.
“Nou, ik vond het wel mooi. Natuurlijk omdat het een mooi moment is om terug te kijken. Maar ook omdat het boek een onderdeel is van de Utrechtse Voetbalbibliotheek. Ik denk dat als men daarin het eerste boek over jou wil schrijven, dat je je dan vereerd kunt voelen. En daarom is het voor mij geen issue om te zeggen: Dat doe ik niet.”
 
 
En dan óók nog een afscheidswedstrijd. Hoe heb je je daarop voorbereid?
“Voorafgaande daaraan heb ik geprobeerd vrijwel iedereen persoonlijk te benaderen. Iedereen was gelijk enthousiast en vond het leuk om elkaar weer te zien. Daar ben ik wel druk mee geweest. Het is leuk dat je dat dan ook uitbetaald krijgt, want iedereen die ik uitgenodigd heb was die avond ook wel aanwezig.”


 
Heb je bij het uitnodigen van de FCU Old Stars gelet op je persoonlijke band met bepaalde spelers?
“Ik heb naar een grote groep gekeken. Vooral naar de oude sterren die veel voor de club betekent hebben en mensen waar ik ook zelf mee gevoetbald heb. Van Johan de Kock tot en met Marc Antoine Fortuné, maar ook de jeugdtrainers. Al die generaties waren bij de avond betrokken. De avond had als goede doel ook Klein Galgenwaard en de jeugdopleiding van FC Utrecht”
 
En dan de avond zelf. Hoe is die verlopen?
“Een avond om niet snel te vergeten. We hebben van te voren gegeten met elkaar. Daarna heeft de voorzitter een kort welkomstwoord gehouden. Zelf heb ik in een kort praatje aangegeven, dat we bij FC Utrecht de geschiedenis moeten koesteren. Dat moet een plek krijgen binnen FC Utrecht.”
 
In welke zin?
“Nou, dat je je geschiedenis nooit moet. Er moet altijd wel een moment te vinden zijn om elkaar weer te ontmoeten. We mogen oud-spelers niet vergeten, zij kunnen op een goede manier iets voor de club betekenen.”
Pleit je hierbij voor een jaarlijks evenement met oud FC Utrecht-spelers?
“Ja, ik pleit wel voor een bijeenkomst van oud-spelers. Een soort reünie. En ja, dat zou met een wedstrijd heel erg leuk kunnen zijn.”
 
Op de tribune vond men het ook erg leuk om de sterren van weleer weer eens in actie te zien.
“Dus iedereen vond het wel een beetje geslaagd?”
Ja, om me heen zaten veel mensen echt te genieten. Hoe heb jij de avond zelf beleefd?
“Ik was heel emotioneel toen ik het veld op kwam, maar daarna heb ik niets anders gedaan dan genieten. Je weet natuurlijk ook dat er nog nooit iemand op een dergelijke manier afscheid heeft genomen van de club. Het was mooi.”
 
Voel je je op zo’n moment een bevoorrecht mens?
“Dat was ik sowieso al, omdat ik profvoetballer was. Maar als je op deze manier merkt datgene wat je 14 jaar hebt gedaan, en dat heb ik ook in mijn speech gezegd, dat men dat zo waardeert… Ik heb het niet anders dan normaal beschouwd, maar blijkbaar wordt dat toch allemaal erg gewaardeerd en ja, dat doet je deugd.”


 
Je gaf in je speech ook aan dat je familie je altijd enorm gesteund heeft. Ik vroeg me af hoe het gezin De Jong de avond beleefd heeft.
“Nou, dan zou je eigenlijk mijn vrouw zelf even moeten bellen. Maar wacht, dan halen we even mijn zoon erbij.”
 
Jean-Paul roept zoon Jesse. Ietwat verlegen komt de jongen erbij zitten. Jean-Paul legt uit: “Die meneer wil graag weten wat jij er van vond tijdens de afscheidswedstrijd. Wat vond jij ervan?”
 
Jesse de Jong: “Speciaal!”

Wat vond je er zo speciaal aan?
Jesse: “Nou, ja, dat mijn vader… Dat zoveel mensen voor mijn vader naar het stadion komen. Ik kan het niet geloven!”

En heb jij het boek over je vader al gelezen?
“Nee, nog niet, maar ik heb wel veel plaatjes gekeken.”

Zit je zelf eigenlijk ook op voetbal?
“Ja, ik zit op voetbal bij VV Maarssen.”
 
Jesse spoed zich weer naar buiten om daar met de bal aan zijn voeten meester van het gras te zijn. Binnen gaan we door met het gesprek.
 
Even terugkijkend op je prille begin bij FC Utrecht. Op een gegeven moment kom je uit Duitsland om in je geboortestad degradatievoetbal te gaan spelen. Hoe was dat?
“Dat was natuurlijk in eerste instantie niet de doelstelling. Maar we hebben zeker de eerste zeven jaar moeizame jaren gehad. Maar hoe gek het ook mag klinken, eigenlijk was elk jaar ook wel weer uniek, snap je? Zij het met de laatste wedstrijd op het einde of met de entourage…”

Elk jaar gebeurde er wel wat.
“Er gebeurde altijd wel wat en zo kreeg elk jaar wel zijn eigen verhaal. En het mooie is dat je je daar dan elke keer zo in gemanifesteerd had dat je in staat was om te overleven, maar ook om stappen te maken zodat je elke keer weer verder komt. En op gegeven moment komt alles dan bij elkaar en dan gaat het lopen en dan heb je succes.
Het leuke is dat ik in een interview, ik weet niet meer precies wanneer het was, nadat we Europees voetbal haalden tegen Groningen…”


Mei 2001
“Ja, dat ik toen ook gezegd heb: Ik ga hier nog mooie jaren tegemoet bij FC Utrecht. En als je ziet wat we dan nog meegekregen hebben. Twee keer bekerwinst, Europese wedstrijden, Johan Cruijff-schaal… Er stond laatst een foto in de krant met twee bekers en de Johan Cruijff-schaal en dan denk je: Ja…”
 
Die mag je toch maar mooi achter je naam noteren.
“Er zijn ook veel voetballers die dat niet hebben gewonnen.”
 
Je zei overigens na die wedstrijd tegen Groningen in een radio-interview ook: Nu kan ik ook eens zeggen dat ik een prijs gewonnen heb. Natuurlijk achteraf gezien een grappige uitspraak omdat ná die historische dag nog bekers en schalen gewonnen werden…
“Maar ís het halen van Europees voetbal ook een prijs?”
Op dat moment was dat het wel. Ik vond het zelfs een absolute hoofdprijs na al die jaren. Later wonnen jullie nog veel andere prijzen.
“Dat zijn toch de échte prijzen geweest, achteraf gezien.”
 
Absoluut! Maar op een bepaald moment gaat het dus lopen. Dat gebeurd er iets in zo’n spelersgroep en dan gaat het lopen. Wat is er dan gebeurd in dat seizoen 2000 – 2001?
“We hadden natuurlijk een heel bijzondere lichting. Jongens als Wapenaar, Dirk Kuijt, Boschaart, Igor Gluscevic, Stijn Vreven, Dave van den Bergh, Stefaan Tanghe. Achteraf koester ik die generatie wel.”
 
Is dat ook het leukste elftal waarin je gespeeld hebt?
“Nou, het leukste is, het was een elftal dat heel erg bij elkaar paste. Op de momenten dat het moest gebeuren, gebeurde het ook. Dat elftal was ook een elftal dat op de training ook geregeld wel eens met elkaar in de clinch lag. Daar sprongen de vonken vanaf! Dat was uniek! Zeker als je daar nu op terugkijkt, was dat toch een bijzondere groep.”
 
Naar de buitenwereld toe leek dat soms ook wel een vriendengroep. Klopt dat?
“Dat elftal was heel erg van: Als het moest gebeuren dan stonden we er. Ieder met zijn eigen uitstraling en toegevoegde waarde. Dat was een team. Dat wil overigens niet zeggen dat alle andere elftallen waarin ik heb gespeeld geen teams waren, maar het mooie was: Binnen de lijnen ging alles en iedereen er voor. Het was een mooie mix van jong en oud waarin alles bij elkaar kwam. En in die periode ging het de club ook niet voor de wind met die geldproblemen en schulden.”
Maakten die financiële problemen het team sterker? Of merkte je soms ook dat er koppies gingen hangen?
“Nee, het maakte ons sterker. We groeiden naar elkaar toe, werden hechter.”


 
Dan even terug naar de gewonnen prijzen. In 2003 werd de beker gewonnen tegen Feyenoord. We weten allemaal wie de eerste goal maakte.
“Ja, goed, in 1985 hadden we John van Loen die de 1-0 scoorde. Ik was het in 2003. Was wel een fantastisch doelpunt overigens. Je vraagt je af of je die ooit nog zo kunt maken. Maar ook die wedstrijd heeft weer een eigen verhaal. Die wedstrijd was ook, weer met die groep, uniek. Mede doordat we in 2002 die beker verloren hadden van Ajax door dat buitenspeldoelpunt was dit de ultieme revanche. En terugkijkend naar de passie die in die wedstrijd naar voren kwam: Dat was ónze wedstrijd.”
 
Ik heb laatst de wedstrijd nog eens teruggekeken op DVD. Daarin bekroop mij weer dat gevoel wat ik in het stadion ook had toendertijd. Op die dag was FC Utrecht zó enorm gedreven dat zelfs Real Madrid, AC Milan en Manchester United geen kans hadden gemaakt.
“Ja. Dat gevoel hadden wij ook. Die beker was voor ons. Alles paste. Rob Druppers was daarin een belangrijke factor en het tactische plaatje klopte helemaal. Alles was op en top geïnstrueerd om daar de beker te winnen. Buiten de eerste twintig minuten, waarin we toch wat onder druk stonden, hebben we die hele wedstrijd gedicteerd.”
 
Feyenoord liep compleet achter de feiten aan.
“Ja, het was uniek omdat we dat in de Kuip voor elkaar kregen. Net als de wedstrijd om de Johan Cruijff-schaal. Dat waren toch allebei wedstrijden die uniek zijn omdat je in de Kuip tegen Feyenoord en in de Arena tegen Ajax die clubs verslaat. In die tijd waren we meestal in thuiswedstrijden erg goed tegen die topclubs, maar die keren gebeurde dat ook in uitwedstrijden. Al met al paste alles.”
 
Was het winnen van de beker tegen FC Twente in 2004 minder bijzonder?
“Dat was óók heel bijzonder. Alleen, alles wat je al een keer gewonnen hebt is toch de volgende keer normaal. Het wás niet normaal, maar je beschouwt het als normaal. De huldiging, het winnen. Je wist alles al wat er ging gebeuren. Ik denk ook dat we die wedstrijd tegen Twente gewonnen hebben ómdat we al ervaring hadden in het spelen van bekerfinales. En als je er nu eens over na gaat denken. Drie keer achter elkaar een bekerfinale spelen! Drie keer! Eén keer is al uniek! Maar wij speelden hem drie keer achter elkaar! Dat is… Dat koester je. Dat is genieten!”
 
En dan ga je ineens Europees voetbal spelen. Een nieuwe ervaring, andere stadions, andere spelers. Hoe was dat op dat moment?
“Europese wedstrijden zijn ook de krenten in de pap. Dat zijn de wedstrijden waarin je merkt dat de spanning enorm is. De aandacht is er dan ook heel erg. Ook bepalend zijn de vorm van de dag, de manier van spelen, de supporters die er allemaal nog meer achter staan. Ik hoop ook dat er ooit een moment komt dat ik dat als supporter mag meemaken.”

 
En dan een zwaar dieptepunt. Je stond te speechen op de herdenking van David di Tommaso in het stadion. Dat lijkt me een heel raar moment.
“Ja, daar heb je niet voor geleerd. Ik kan best een praatje houden. Dat ben ik ook wel gewend, maar op zo’n moment in zo’n stadion met zo’n emotionele sfeer. Dat was een heel moeilijk moment. Ik zag de beelden later terug. Ik zag mezelf daar. Er is niks meer confronterend dan jezelf terug te zien op momenten dat je heel kwetsbaar bent. Dat zijn nooit momenten die je leuk vindt om terug te zien en daar werd ik toen mee geconfronteerd. En dat heb ik wel als zeer emotioneel ervaren. Maar aan de andere kant denk ik ook terug aan hoe wij dat als club verwerkt hebben. Hoe Foeke daarin de leiding nam en wij allemaal ons ding deden. Uiteindelijk waren we wel in staat om met elkaar een dergelijk jaar toch met elkaar weer positief af te sluiten.”
 
Hoe heb jij David ervaren in de groep?
“David was net zo’n sportfanaat als ik, die voor zijn vak leefde. Hij had ambities om hogerop te komen, daar had hij ook zeker de kwaliteiten voor. In de groep was hij een zeer geliefd persoon. Na de training bleef hij ook vaak in het krachthonk en daar hebben we toch een bepaalde band opgebouwd. En door zijn overlijden besef je dan wel weer dat het allemaal heel betrekkelijk is.”


 
Heb je er in die tijd wel eens over gedacht om eerder te stoppen met voetballen?
“Nee, ik heb niet gedacht “Ik kap ermee” Maar ik ben wel gaan beseffen dat topsport niet gezond is.”
 
Heeft dat meegewogen in je beslissing te stoppen met voetballen? Je had je loopbaan ook elders kunnen voortzetten.
“Nee, ik zag mezelf niet nog bij een andere club op het veld staan. Ik wilde graag nog doorgaan bij FC Utrecht. Achteraf gezien ben ik ook heel blij dat ik er niet voor gekozen heb om ergens anders nog te gaan spelen. Want een afscheid zoals ik dat nu heb gekregen was toch heel anders geweest als ik na die 14 jaar nog ergens anders was gaan voetballen. FC Utrecht en Jean-Paul de Jong zijn toch aan elkaar verbonden. En dat hoop ik ook in de toekomst uit te mogen dragen.”
 
Er was nog wel sprake van interesse vanuit Willem II. Was dat waar?
“Ja, dat was wel waar. Zij hadden interesse en hebben toen de vraag neergelegd bij de club. Dat werd door FC Utrecht resoluut van tafel geveegd, dus dat is verder niet ter sprake gekomen.”
 
 
En daarna volgt het bericht: Jean-Paul, we gaan niet met je verder. Baal je daar dan niet enorm van?
“Nou ja, balen. Ik had mezelf nog wel iets toegedicht. Laatste kwartiertjes, het motiveren van jongere spelers. Je had altijd nog wel een rol kunnen spelen, maar goed. Al met al, daar heb ik een streep onder gezet. Ik heb een fantastisch afscheid gehad en ik kijk vooral naar de toekomst en wat ik daarin kan betekenen. FC Utrecht is een club van het volk. Daar horen een aantal dingen bij die je moet uitstralen met elkaar. Dat soort dingen wil ik graag een plek geven.”

Wat doe je nu zoal? Van het bekende en bevreesde Zwarte Gat lijkt geen sprake te zijn.
“Ik heb dit jaar een beetje als een jaar waarin ik ga kijken. Je weet dat ik momenteel ergens anders stage loop. Dat is ook goed. Het is goed om even eruit te stappen. Even de dingen van een andere kant bekijken. En dan gaan we volgend jaar eens bekijken hoe we daar een goede invulling aan kunnen geven.”
 
Hoe zie jij de toekomst van het huidige elftal?
“Het is een elftal dat zeker in uitwedstrijden bewezen heeft dat het de goede lijn te pakken heeft. En als ze die lijn ook in de thuiswedstrijden kunnen doorzetten dan ga je zeker meedoen in het linkerrijtje. De doelstelling is natuurlijk gewoon het behalen van de play-off’s om mee te doen voor Europees voetbal. Zolang je in dat linkerrijtje vertoefd voldoe je dus aan die doelstelling.”
 
Stichting Klein Galgenwaard is natuurlijk onlosmakelijk aan jouw persoon verbonden.
“Ja, daarmee wil ik vooral uitdragen: Sport voor iedereen, hart voor stad en regio! En dan voornamelijk voor mensen in deze stad en de regio. Ik hoop ook dat dit in de toekomst ook uitgedragen wordt door andere sporters.”
 
Wat kunnen we in de toekomst van de stichting verwachten?
“Ik wil graag dat de stichting een plek krijgt in de samenleving van de stad Utrecht. Ik hoop dat tal van partijen in de nabije toekomst gebruik gaan maken van deze accommodatie. Ik wil op den duur de accommodatie ook kunnen vernieuwen. Daarbij kun je denken aan kunstgras en tal van andere dingen. Op den duur geven we deze plek dan op die wijze weer terug aan de stad. Op dit moment wordt onze accommodatie al gebruikt door diverse partijen. De supportersvereniging houdt hier toernooien, maar ook de businessclub, de Vrienden van FC Utrecht en het Dameselftal zijn hier graag geziene gasten.”
 
Iedereen is welkom op Klein Galgenwaard?
“Ja, in principe wel. En dat alles gekoppeld aan een stukje betrokkenheid van diverse rolmodellen. Dat vind ik heel belangrijk. Ik zoek overigens ook nog vrijwilligers voor allerlei taken en zij kunnen zich aanmelden via info@kleingalgenwaard.nl. Ik zie al diverse mensen deze kant op komen om hulp te bieden en zo ontstaat er iets moois voor en door Utrechters.”

 
Duidelijk. Even terugkijkend op je loopbaan. Trots?
“Ja, trots, dankbaar en vooral ook een aantal fantastisch mooie dierbare herinneringen, waarin je samen met elkaar, zeker met de mensen die het meebeleefd hebben, toch iets gedeeld hebt. Het is mooi om daar op terug te kijken. Het doet me vooral deugd dat men dat zo waardeert dat ik 14 jaar datgene heb gedaan voor die club en dat ik daarin ook betrokken ben geweest. Ik heb het niks meer als normaal beschouwt. Ik ben me daardoor niet anders gaan gedragen en daarom hoop ik ook dat ik in de toekomst de kans krijg om voor de club heel veel dingen te betekenen. Daarbij denk ik vooral aan de lange termijn, want het gaat niet om Jean-Paul de Jong, het gaat om de club.”
 
Niemand is belangrijker dan de club.
“Nee, inderdaad, en dat probeer ik altijd kenbaar te maken en daarom hoop ik ook dat dat in de toekomst ook een plek gaat krijgen.

Tot slot. Kun je één moment noemen dat je nooit meer zult vergeten?
(na lang nadenken)
“Ja, een moment waarvan je denkt: Dat is het ultieme. Ja, dat is toch het moment waarop ik de Johan Cruijff-schaal uitgereikt kreeg door Johan Cruijff. Dat was het absolute hoogtepunt van de club. Je moet eerst al een beker winnen óf landskampioen worden om daar te mogen spelen. Je wint dan die beker en moet dan in het stadion van de landskampioen spelen… Al met al was dat het hoogtepunt.”
Stefan Pragt
Eerder geplaatst in Forza in 2007

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Reactie plaatsen