FC-Utrecht.org
Home » Rubrieken » Interviews » Franck Grandel, een imposante verschijning

 

 

Franck Grandel, een imposante verschijning

 

Onbekend maakt in de regel onbemind. Voor keeper en nieuwkomer Franck Grandel (27) geldt dat geenszins. De goedlachse Fransman steelt nu al de harten van de Utrechtse fans. Hij is 1 meter 84 lang, ambitieus en spectaculair.

Zet een uit Guadeloupe afkomstige Fransman op het podium tijdens de Open Dag van FC Utrecht en wat zingt hij? Juist, Als ik boven op de Dom sta van wijlen Utrechts volksheld Herman Berkien. "Hij loopt al vanaf dag één met een klein woordenboekje in zijn rechterhand", vertelt Foeke Booy vol trots. "En denk maar niet dat ik een woord Frans tegen hem ga spreken. Dat vertik ik. Hij moet de taal leren, en hij wil dat ook."

 

franck-grandel.large.jpg

 

"Ik ben Franck Grandel, ik ben 27 jaar, ik woon in De Meern." Het zijn drie korte zinnen die de doelman in zijn korte verblijf heeft geleerd. En natuurlijk de woorden die een sluitpost machtig moet zijn. Los, links, rechts, voor mij. "Die woorden heb ik geleerd van mijn keeperstrainer Maarten Arts, de andere zinnen leer ik tijdens de Nederlandse les die ik twee keer in de week samen met Marc-Antoine Fortuné volg. Nederlands is een moeilijke taal, vooral de G is een letter die ik moeilijk onder de knie kan krijgen, maar dat schijnt wel vaker voor te komen met de buitenlandse spelers die hier komen voetballen."

Als keeperstrainer Maarten Arts de maatstaf is voor de kwaliteiten van Franck Grandel, dan hebben we hier te maken hebben met een van de beste doelmannen in de Eredivisie van de laatste jaren. Op de training loopt Arts met een constante glimlach, elke duik van zijn leerling begroet hij met een applaus. Grandel lacht, geniet overduidelijk."Hij is een ontzettend leuke doelman om naar te kijken", vervolgt Booy na de training. "Vorig jaar hoorde ik van mijn scouts dat ze een goede doelman op het oog hadden. Ene Grandel van de Franse tweededivisionist Troyes. Ze zijn een aantal keren wezen kijken en waren zo overtuigd dat ik maar een keer mee ging. Ik was na vijf minuten al helemaal om. Die jongen is zo leuk om naar te kijken."

Grandel is een imposante verschijning. Slechts een meter tachtig, maar breed in de schouders. "Ik heb altijd gehandbald, daarom heb ik veel kracht in mijn benen en armen waardoor ik bijvoorbeeld erg hoog kan springen voor iemand van mijn grootte." En waarom dan die constante glimlach? "Ik geniet hier", vertelt hij. "Als je me vraagt wat mijn favoriete club is, dan antwoord ik FC Utrecht. Op dit moment is er geen andere club voor mij." Booy: "Hij is spectaculair." Grandel: "Misschien wel, maar ik kan hier niet zo spelen als in Frankrijk. Daar kwam ik er veel uit, nam actief deel aan het spel. Hier moet ik veel communiceren, tactisch meevoetballen en meester in het doelgebied zijn. De schoonheid moet een beetje plaatsmaken voor effectiviteit." Een goede 27 jaar oud en nu pas de stap naar het hoogste niveau in een competitie, Grandel is een laatbloeier. "En ik kende FC Utrecht helemaal niet. Ik had natuurlijk weleens iets gehoord van Ajax, Feyenoord en PSV. Trouwens ook Roda JC, die hebben weleens tegen Franse ploegen gespeeld in het UEFA Cup-toernooi. Ik hoorde van de interesse van Utrecht en dacht: het kan nooit verkeerd zijn om eens te gaan kijken. Dat heb ik gedaan en ik wist niet wat ik zag. Hoe professioneel het hier aan toe gaat, dat had ik nog niet eerder meegemaakt. Het stadion, het aantal trainers en begeleiders. Ik durf niet te geloven dat het bij de grote clubs als Ajax, Feyenoord en PSV nog professioneler aan toe gaat, dat kan gewoon niet."

Enkele spelers van het tweede elftal komen langs. Ca va Frank? De oudere supporters van Utrecht aan de kant van het trainingsveld: Ca va Frank? Grandel is nu al geliefd bij de supporters. Grandel: "Dat voel ik ook, deze club leeft echt. Dat merk ik ook in de stad dat alles hier om de voetbalvereniging draait. Alleen al daarom voel ik mezelf verplicht me aan te passen aan de club, de taal en de cultuur. Ze steken veel energie in mij, dat moet ik teruggeven." Grandel, geboren getogen in Guadaloupe, een klein eilandje in het Caribisch gebied tussen Dominica en Antigua waar Frans en Creools de hoofdtalen zijn, heeft zijn eigen succes gecreëerd. Hij vertelt: "De eerste vereniging waar ik speelde heette Iles (wanneer vertaald toevallig genoeg eiland, red.). Ik speelde altijd voorin, maar op een dag was onze keeper ziek en zette mijn trainer me in het doel. Ik ben er daarna nooit meer uitgegaan. Ik droomde vroeger ervan om profvoetballer te worden. Ik wist ook dat ik naar Frankrijk moest om die droom verwezenlijken. Dus toen ging ik maar. Op negentienjarige leeftijd heb ik alles en iedereen achter me gelaten. Het was in het begin moeilijk, erg moeilijk", benadrukt de doelman. "Het voelde alsof ik alles en iedereen in de steek liet. Ik zat alleen in Frankrijk, had geen familie en vrienden om mij heen en de enige manier om geld te verdienen was om een voetbalclub te vinden. Ik zocht in het begin elke dag naar een vereniging. Zelfs op zondag, terwijl ik overtuigd katholiek ben. Ik bid elke dag een aantal keer. God heeft me in die tijd geholpen, ik kon aan de slag bij Mulhouse." Zijn ouders en familie ziet Grandel zelden of nooit. Hij gaat niet op bezoek, maar laat zijn familie wel geregeld overkomen. "Ik mis het land wel", geeft hij toe. "Guadeloupe is een heerlijk land. Het weer is goed, je wordt bij wijze van spreken wakker op het strand. Ik kom er niet vaak, maar wanneer ik er ben, vind ik het altijd moeilijk om weer weg te gaan."

De lach komt weer terug op het gezicht wanneer hem de vraag wordt gesteld of hij een held is in Pointe-a-Pitre, zijn 60 duizend tellende geboortedorp. "Eigenlijk wel ja", geeft hij toe. "Alle wedstrijden werden er live via de schotel uitgezonden. Ik hoop dat dat met de wedstrijden van FC Utrecht ook gaat gebeuren. Ik wil dat de mensen in mijn land trots op me kunnen zijn." Zelfzuchtigheid valt hem sowieso niet te verwijten. Van het salaris van Grandel neemt hij wat hij nodig heeft om goed te kunnen leven, de rest gaat linea recta naar zijn familie. "Ik voetbal voor twee dingen. Het plezier en mijn familie. Het is heel belangrijk voor ze dat ik dit doe. Ik ben de oudste zoon, het is een natuurlijke verantwoordelijkheid die ik op me neem. Ook al kennen we niet veel armoede in ons land, de verschillen tussen rijk en arm bestaan nauwelijks, kom ik niet uit een rijk gezin. Mijn moeder is momenteel serveerster in een restaurant, mijn vader werkt vooral thuis en wat mijn broertje doet, tsja, dat weet ik eigenlijk niet. Dat is altijd een raadsel voor me geweest."
Grandel: "Ik neem een groot risico door de lasten van mijn familie op me te nemen, dat besef ik maar al te goed. Maar ik doe het met liefde, zij zijn het belangrijkste in mijn leven. Maar wanneer ik straks niet presteer en op een dood spoor beland, heb ik niet alleen mezelf, maar ook me familie ermee. Daarom is misschien te verklaren waarom ik zo graag wil slagen. Ik draag de verantwoordelijkheid over een heel gezin." Terug naar de training. Grandel duikt, springt als een volleerd artiest. De bal pakken is één, de bal op een sierlijke wijze pakken is twee. "Dat vind ik het mooie aan doelman zijn", zegt hij. "De sierlijkheid, de manier waarop je van nut kan zijn voor een team."

Niet geheel toevallig zijn twee donkere keepers zijn idolen van vroeger. Grandel: "Allereerst Bernard Lama. Niet alleen omdat hij een grote keeper was, maar ook de manier van keepen verhief hij tot een kunstvorm. De andere keeper is Stanley Menzo. Vooral zijn manier van meevoetballen was indrukwekkend. Hij was echt een elfde speler. Is hij nu assistent van Marco van Basten? Dat wist ik niet. Ik heb het altijd jammer gevonden dat hij gepasseerd werd na de wedstrijd van Ajax tegen Bordeaux. In zijn hoogtijdagen was hij een van de beste keepers in heel Europa." In de eerste competitiewedstrijd van FC Utrecht tegen NEC oogde Grandel nog wat onwennig, dat weet hij zelf ook. Zo pareerde hij een kopbal van NEC-spits Bart Van Den Eede op een aparte manier. Het leek bijna op handbal. "Ja, die wedstrijd was voor mij moeilijk, maar wel bevredigend. Ik moet nog op dit team ingespeeld raken. Niet alleen de manier van voetballen is voor mij wennen, ook de communicatie moet nog beter gaan. Ik kan met David Di Tommaso, die toevallig ook in De Meern woont, in het Frans praten, maar daar heeft de rest van het team ook weinig aan. In Frankrijk werden keepers vooral getraind op het fysieke aspect, hier word ik vooral technisch bijgeschoold. Een keeper moet in Nederland niet alleen ballen tegenhouden, maar ook het spel overzien en meedenken." Grandel hoorde al eerder van de nieuwe competie-opzet in de Eredivisie. Play-offs, het klinkt hem in de oren als een raar fenomeen. "Als ik het goed heb begrepen gaat het erom dat de eerste acht in de eindstand mee doen om Europees voetbal. Dat klopt toch? Dan denk ik dat wij met Utrecht bij de eerste vijf eindigen. Voor lager wil ik het eigenlijk niet doen." Drie Fransmannen zitten er momenteel in het team, volgens Grandel moet er vooral gelet worden op Fortuné, de nieuwe aanvaller afkomstig van Brest. "Ik kan me nog een wedstrijd herinneren tussen Troyes en Brest. Het werd 1-1, hij scoorde. Hij is een snelle, sterke spits die voor Utrecht van grote waarde kan zijn, dat weet ik zeker. Er staat hier een uitstekende mix van kwaliteit. Het is heel fijne spelersgroep, ze geven me allemaal het gevoel dat ik hier welkom ben. Wist je trouwens dat Thierry Henry, Liliam Thuram en William Gallas hun wortels eveneens in Guadaloupe hebben liggen?", vervolgt Grandel. "Dat zegt genoeg over de voetbalkwaliteiten die het land heeft voorgebracht." Is Grandel de toekomstige keeper van het nationale elftal? Hij lacht, alweer. "Nee, dat zal wel niet gebeuren. Ik droom, net als toen ik klein was, over zulke dingen. Bijvoorbeeld hoe het is om in de Spaanse of Italiaanse competitie te spelen. Maar dat is nu niet realistisch om aan te denken. Ik zit nu bij FC Utrecht, deze club is voor mij het belangrijkste."

Na de met 1-2 verloren wedstrijd tegen AZ staat Franck Grandel ietwat beteuterd aan de voorkant van de kleedkamer. De zo typerende glimlach is even van zijn gezicht verdwenen. "Vandaag was het een moeilijke wedstrijd. AZ heeft een sterke ploeg met grote individuele klasse." Maar wat zegt dat over de doelman die bij de 1-1 van Barry van Galen niet voluit leek te gaan en bovendien positioneel geen sterke wedstrijd speelde? Grandel: "Niet heel veel, ik vond dat ik bij de 1-1 niet beter had kunnen reageren. Het was een knap doelpunt. Het seizoen is bovendien net pas begonnen, met één punt uit twee duels doen we het niet goed. Ik heb me echt verbaasd over de supporters van deze club. Die staan de hele wedstrijd achter ons. Alleen daarvoor zouden we alle wedstrijden moeten winnen. Het is extraordinaire. Nu zijn we slecht begonnen met één punt uit twee duels, maar het komt allemaal wel goed. Je kan beter slecht beginnen dan slecht eindigen, toch?"

 

Voetbal international

30 november 2005

 

 

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Reactie plaatsen